X

OTIB maakt gebruik van functionele cookies. Wilt u weten hoe OTIB omgaat met cookies bekijk dan het Privacy statement

Home | Disclaimer | Privacy | Sitemap | Contact

Premiekortingen, lage-inkomensvoordeel, loonkostenvoordeel en loonkostensubsidie

In de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) is geregeld dat het huidige stelsel van premiekortingen (mobiliteitsbonus) op 1 januari 2018 eindigt. Dan wordt het nieuwe systeem van loonkostenvoordelen (LKV) en lage-inkomensvoordeel (LIV) van kracht. 
 

Premiekortingen 2017

Premiekortingen maken het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Er zijn drie soorten premiekortingen:
De premiekorting ouderen (maximaal € 7.000) voor werknemers vanaf 56 jaar die uit een uitkeringssituatie komen.
De premiekorting arbeidsgehandicapten (maximaal € 7.000) voor werknemers met een WIA uitkering, werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn en werknemers die voor 29 december 2005 arbeidsgehandicapt waren op grond van de Wet Rea.
De premiekorting arbeidsgehandicapten laag (doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden) (maximaal € 2.000) voor mensen die in het doelgroepregister banenafspraak van UWV zijn opgenomen en mensen met een scholingsbelemmering.
  
Toelichting op premiekorting: klik hier
 

Loonkostenvoordelen

Met ingang van 1 januari 2018 vervangen Loonkostenvoordelen de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. De premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen, deze vervalt vanaf 1 januari 2018.
Net als de premiekortingen moeten de loonkostenvoordelen ervoor zorgen dat kwetsbare groepen werknemers betere kansen hebben op de arbeidsmarkt. Het verschil met premiekortingen is dat de Belastingdienst bij LKV achteraf een tegemoetkoming uitbetaalt op basis van het aantal verloonde uren in een jaar, i.p.v. dat u de premiekorting zelf per aangiftetijdvak met de verschuldigde premies moet verrekenen. Met ingang van 1 januari 2018 zijn er 4 loonkostenvoordelen:
LKV oudere werknemer (56+) die uit een uitkeringssituatie komt
LKV arbeidsgehandicapte werknemer
LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer
 
De voorwaarden verschillen per LKV, klik hier voor meer informatie. 
 

Lage-inkomensvoordeel

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers in dienst hebben/nemen die tenminste 100 en maximaal 125% van het WML verdienen. De hoogte van het LIV wordt bepaald door het aantal verloonde uren dat in de loonaangifte wordt opgenomen en het gemiddelde uurloon van de werknemer.
 
Meer informatie: LIV
 
LKV en het lage-inkomensvoordeel (LIV) kunt u niet combineren. Heeft u recht op zowel LKV als het LIV, dan geldt het financieel meest gunstige instrument.
 
 

Loonkostensubsidie

Loonkostensubsidie (artikel 10d van de Participatiewet) compenseert de werkgever in de loonkosten voor de verminderde productiviteit van een werknemer met een arbeidsbeperking. Het is een instrument dat gemeenten kunnen inzetten om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden. De werkgever betaalt zijn werknemer het cao-loon of ten minste het toepasselijke wettelijk minimumloon en bouwt hierover pensioen op. De gemeente verstrekt loonkostensubsidie aan de werkgever voor het verschil tussen de WML en de loonwaarde vermeerderd met een vergoeding voor de werkgeverslasten (23%). De LKS is maximaal 70% van het WML. De loonkostensubsidie kan tot aan de pensioengerechtigde leeftijd worden ingezet. Loonkostensubsidie eindigt als een werknemer niet meer tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. 
 
Voor meer informatie: Kennisdocument Participatiewet, Ministerie SZW (zie paragraaf  5, blz 18) 
Voor meer informatie: premiekorting voor werkgevers