X

OTIB maakt gebruik van functionele cookies. Wilt u weten hoe OTIB omgaat met cookies bekijk dan het Privacy statement

Home | Disclaimer | Privacy | Sitemap | Contact

STAR-methode

De STAR-methode is een veelgebruikte methode voor sollicitatiegesprekken en functioneringsgesprekken. Met deze methode wil de interviewer een zo betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen van met name het gedrag van een sollicitant of medewerker.

STAR staat voor Situatie, Taak, Actie, Resultaat. De manier van vragen stellen is erop gericht om het gedrag van de medewerker in een bepaalde situatie helder te krijgen.

Structuur

Met het gebruik van de STAR-methode wil de interviewer op een gestructureerde manier een zo betrouwbaar mogelijk beeld krijgen van het gedrag van een sollicitant of medewerker, zonder dat deze zelf bij diens handelen aanwezig is geweest. Via de structuur Situatie, Taak (of doel), Actie, Resultaat worden voorbeelden van gedrag verzameld, waaruit naar voren komt hoe een medewerker opereert, welke capaciteiten al aanwezig zijn voor de uit te voeren taken en welke nog verder ontwikkeld kunnen worden.
 
Een STAR-interview begint met een vraag om een voorbeeld van een situatie aan te geven waarin de geïnterviewde gebruik maakte van een bepaalde competentie. De geïnterviewde wordt gevraagd deze zo precies mogelijk te beschrijven. Hierbij worden ook de personen meegenomen die erbij betrokken waren en de omstandigheden van die situatie. 
De volgende stap is om de geïnterviewde te vragen te beschrijven wat precies zijn taak, rol of functie was in die voorbeeldsituatie. 
Daarna wordt benoemd welke actie hij of zij in dat geval heeft ondernomen, hoe hij de taak dus heeft uitgevoerd. 
Tot slot wordt besproken wat het resultaat van die actie was of hoe de situatie is afgelopen.
 

Functioneringsgesprekken

Een STAR-methode kan in functioneringsgesprekken worden gebruikt om na te gaan wat oorzaken van problemen in het functioneren of achterblijvende resultaten zijn. Dan gaat de interviewer in op:
  • Aanpak, op welke wijze worden de taken uitgevoerd
  • Belemmeringen, zoals procedures, collega's, klant, leidinggevende, privé, e.d.
  • Prioriteit of het belang dat de medewerker hecht aan deel van het werk
  • Gemotiveerdheid, zoals of de medewerker het werk nog leuk vindt
  • Mening van de werknemer over de mate van ondersteuning en sturing van de leiding.