X

OTIB maakt gebruik van functionele cookies. Wilt u weten hoe OTIB omgaat met cookies bekijk dan het Privacy statement

Home | Disclaimer | Privacy | Sitemap | Contact

Discriminatie

Discriminatie is een serieus probleem. Ook op de werkvloer. De gevolgen kunnen ernstig zijn. Niet alleen voor de direct betrokkene, maar ook voor zijn of haar (werk)omgeving, de organisatie en de maatschappij.

Van alle discriminatieklachten die binnenkomen bij het College voor de Rechten van de Mens, heeft meer dan de helft te maken met arbeid.Bij discriminatie gaat het niet alleen om scheldwoorden en gemene grappen. Ook ongelijke behandeling is een vorm van discriminatie. Door discriminatie kan een onveilige, negatieve werksfeer ontstaan, dat heeft effect op de werkprestaties en het ziekteverzuim. Een medewerker die gediscrimineerd wordt, kan daar ziek of arbeidsongeschiktheid van worden. Een werkgever moet voorkomen dat medewerkers gediscrimineerd worden. Het is daarom van belang is om een helder beleid tegen discriminatie te hebben. Daarmee maakt de werkgever duidelijk welk gedrag wel en welk gedrag niet in het bedrijf geaccepteerd wordt.

Discriminatie op het werk kan op verschillende momenten plaatsvinden: tijdens het solliciteren, bij eventuele promoties, bij ontslagrondes, bij het vaststellen van beloning/salaris en tijdens het werk zelf.

Wetten tegen discriminatie

Discriminatie is verboden. Dit is vastgelegd in de grondwet en op een aantal andere verschillende plekken in de wet verder uitgewerkt. Bijvoorbeeld in het Burgerlijk Wetboek, artikel 7:646, wat betrekking heeft op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Het Wetboek van Strafrecht stelt discriminatie strafbaar. Meestal wordt in het geval van discriminatie bij arbeid een beroep gedaan op een viertal gelijke behandelingswetten:

  • de Algemene wet gelijke behandeling;
  • de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte;
  • de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen; 
  • de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid. 

De wet stelt dat er in werksituaties geen ongeoorloofd onderscheid mag worden gemaakt naar:

  • godsdienst;
  • levensovertuiging;
  • politieke overtuiging;
  • ras;
  • geslacht;
  • nationaliteit;
  • hetero- of homoseksuele gerichtheid;
  • burgerlijke staat;
  • handicap of chronische ziekte;
  • leeftijd; arbeidsduur (fulltime of parttime);
  • soort contract (vast of tijdelijk).

Het verbod op leeftijdsdiscriminatie bij arbeid is sinds 2004 van kracht en bepaalt onder andere dat bedrijven in hun sollicitaties niet om personeel van een bepaalde leeftijd mogen vragen. 

Bij discriminatie op arbeidsduur gaat het er bijvoorbeeld om dat parttimers die 80% werken naar rato worden betaald en dus niet minder dan dat mogen krijgen. 

En het verbod op onderscheid op basis van contract geeft mensen met een tijdelijk contract toch alle rechten in het bedrijf die ook andere werknemers hebben (zoals scholing en een 13e maand). 

College voor de Rechten van de Mens

Werknemers of sollicitanten die het gevoel hebben dat ze gediscrimineerd worden kunnen terecht bij het College voor de Rechten van de Mens, die de klacht onderzoekt. De bewijslast ligt deels bij de klager en deels bij degene die discrimineert, bijvoorbeeld een werkgever. Een klager moet voldoende feiten aandragen die zijn bewering aannemelijk maken. Vervolgens is het aan de werkgever om aan te tonen dat hij niet gediscrimineerd heeft.

Arbowet

Sinds 2008 is het verbod op het maken van direct en indirect onderscheid (oftewel: discriminatie) ook opgenomen in de Arbowet. Discriminatie is toegevoegd aan de lijst van onderwerpen die onder psychosociale arbeidsbelasting vallen en die stress kunnen veroorzaken (net als seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en werkdruk). Dat betekent dat werkgevers de risico’s van discriminatie op de werkvloer in kaart moeten brengen en zo nodig een preventieplan moeten maken. Dat waren zij al verplicht via bovenstaande regelingen, maar het bleek dat daar weinig mee werd gedaan. Nu het in de Arbowet is opgenomen, kan de Inspectie SZW van de werkgever eisen dat hij een gericht beleid hierop voert. Geeft de werkgever hieraan geen gehoor, dan kan een boete volgen.

Wegwijzer

De TNO-uitgave Wegwijzer discriminatie op het werk is erop gericht de gediscrimineerde, de omstanders en de leidinggevende/HR-medewerker te helpen bij het (h)erkennen van discriminatie. En hun handvatten te geven om discriminatie aan te pakken. De Wegwijzer discriminatie op het werk leidt in drie stappen tot een passende aanpak van discriminatie.

 

Lees meer over discriminatie op de werkvloer.